Tijdens de Verlichting, in 1728, werd het oorspronkelijke ontwerp van
Notre-Dame radicaal veranderd: de kleurrijke glas-in-loodramen werden vervangen door eenvoudige witte ramen en het hele interieur werd wit geschilderd, wat de charme van de gotische architectuur sterk verminderde.
In de onrust van de
Franse Revolutie van 1793 liep de kathedraal aanzienlijke schade op. Een groot deel van de inrichting werd vernietigd, maar in tegenstelling tot veel andere kerken bleef
Notre-Dame behouden. Ze werd wel ontwijd en gebruikt als
‘Tempel van de Rede’, en later zelfs als wijnopslag.
Pas in 1802 werd de kathedraal opnieuw ingewijd door
Napoleon Bonaparte. Vier jaar later, in 1806, vond hier zijn beroemde keizerskroning plaats, vandaag vereeuwigd in een meesterwerk van
Jacques-Louis David in het
Louvrepaleis.