Een renaissanceadres van macht bij Campo de' Fiori
Het paleis begon rond 1485 te verrijzen voor kardinaal Raffaele Riario, neef van paus Sixtus IV, op een oudere kern die met paus Damasus verbonden is. De lichte travertijnen gevel strekt zich uit langs een van de drukste historische stukken van het centrum van Rome, maar het gebouw behoudt een bijna bewuste formele rust. Het kondigt macht aan zonder te schreeuwen.
Bramantes binnenplaats en Vasari's snelle zaal
Stap door het 16e-eeuwse portaal van Domenico Fontana en het paleis opent zich naar een binnenplaats met drie orden, toegeschreven aan Bramante. Boven draagt de beroemde Salone dei Cento Giorni fresco's van Giorgio Vasari, genoemd naar de snelheid waarmee ze zijn uitgevoerd. Het contrast blijft hangen: beneden afgewogen architectuur, boven haastig geschilderd theater.
Kerk, rechtbanken en paleis in een bouwblok
De oude kerk van San Lorenzo in Damaso werd in het paleisblok herbouwd, en het gebouw werd later de zetel van de Apostolische Kanselarij. Vandaag heeft het nog steeds een institutioneel leven via de Apostolische Penitentiarie, de Apostolische Signatuur en de Romeinse Rota. Daarom voelt de bezoekerservaring gedeeltelijk: het paleis is historisch, maar nog niet buiten gebruik.
De Romeinse laag onder de renaissanceschil
Onder het paleis verandert de sfeer volledig. Het ondergelopen graf van Aulus Hirtius, een bondgenoot van Julius Caesar die in 43 v.Chr. werd gedood, ligt in water van het antieke Euripus-kanaal, een afvoer die ooit water van de Thermen van Agrippa naar de Tiber voerde. Het is zo'n Romeins detail dat een korte stop ineens diepte geeft.