Meer dan 500 schilderijen en tekeningen
Het Van Gogh Museum in Amsterdam heeft met meer dan 500 werken de grootste collectie van Van Gogh ter wereld. Je kunt volgen hoe de aanvankelijk eenvoudige figuurvorming in zijn schilderijen gedurende de creatieve fases van de kunstenaar tot leven kwam. Net als onder zijn beroemde leraar Constant Cornelis Huijsmans wijdde Van Gogh zich aanvankelijk aan donkere schilderijen, vaak met het plattelandsleven als onderwerp, zoals De aardappeleters. Toen hij naar Parijs verhuisde, kwam hij in aanraking met het impressionisme, waardoor zijn voorstellingen diverser en kleurrijker werden. Hij bereikte het hoogtepunt van zijn contrastrijke schilderkunst toen hij buiten schilderde in de 'Ateliers van het Zuiden'. Zijn spontane schilderijen moesten vitaliteit, intensiteit en directheid uitdrukken.
Van Goghs levensverhaal
Door de vele werken en brieven die het museum tentoonstelt, word je meegenomen op een reis door angst, lijden, liefde en hoop. Van Gogh groeide op in arme, landelijke omstandigheden in Nederland en was al vroeg erg religieus. Je ziet hoe hij zich ontwikkelde van verkoper tot leraar, predikant en uiteindelijk schilder. Vooral het Wilhelm II-instituut in Tilburg, waar hij tussen 1866 en 1868 teken- en kunstlessen kreeg, en de kunsthandel Goupil & Cie, die deels door zijn oom Cent werd geleid, waren bepalend voor zijn opleiding.
Een zelfportret (1889) van Van Gogh | Foto: Unsplash, Jean Carlo Emer De lijdensweg
Door zijn verzamelde kennis als kunsthandelaar bij Goupil & Cie raakte Van Gogh vaak in conflict met andere kunstenaars, waardoor hij arrogant overkwam. Pas in 1880 besloot hij kunstenaar te worden, maar hij was nooit tevreden met zijn werk of zijn bestaan. In 1882 werd hij verliefd op de prostituee Clasina Maria Hoornik (ook bekend als Sien Hoornik), die door zijn familie niet werd geaccepteerd. Met financiële steun van zijn broer Theo van Gogh creëerde hij een thuis voor haar en haar twee kinderen. Al een jaar later brak hij met de ontrouwe Sien en droeg hij het schilderij "Sorrow" aan haar op. Vanaf dat moment vestigde hij zijn hoop op een succesvolle carrière als kunstenaar.
Het schilderij "Slaapkamer in Arles" (1888) | Foto: Unsplash, Jean Carlo Emer Het gele huis
Op zoek naar heldere kleuren en met de droom een kunstenaarsclub op te richten, verhuisde Vincent van Gogh in februari 1888 van Parijs naar Arles. Daar huurde hij een geel huis dat een werkplek moest worden voor zijn kunstenaarsvrienden, zoals Emile Bernard en Paul Gauguin. Hier raakte Van Gogh in een creatieve roes en maakte hij 187 schilderijen; een deel daarvan stelde het gele huis voor en was bedoeld om de muren ervan te versieren. In oktober 1888 trok Paul Gauguin bij Van Gogh in het "Atelier van het Zuiden".
Van Goghs ontbrekende oor
Door verschillende opvattingen over kunst kreeg Van Gogh af en toe ruzie met Gauguin. Toen Paul Gauguin de stemmingswisselingen van Van Gogh niet langer kon verdragen, wilde hij in december 1888 terugkeren naar Parijs. In het heetst van de strijd zou Vincent van Gogh hem hebben bedreigd en vervolgens zijn eigen oor met een scheermes hebben afgesneden. Daarna werd hij naar een psychiatrische instelling in Saint-Rémy-de-Provence gebracht, waar hij tot mei 1890 bleef schilderen: 150 schilderijen, waaronder 'Amandelbloesem', 'De sterrennacht' en 'Irissen'.
De late roem
Na zijn herstel woonde hij in Auvers-sur-Oise bij Parijs, een periode die volgens zijn brieven werd gekenmerkt door 'verdriet en eenzaamheid', ondanks de nabijheid van zijn broer Theo van Gogh en de arts en kunstliefhebber Paul Gachet. Op 27 juli verliet Van Gogh de herberg Ravoux om zoals gewoonlijk buiten te schilderen. Hij keerde echter gewond terug naar de herberg; vermoed wordt dat hij zichzelf wilde neerschieten. Na enkele uren strijd stierf hij op 29 juli 1890 in aanwezigheid van zijn broer. Pas na zijn dood kreeg het volledige oeuvre van Van Gogh bredere erkenning: een retrospectief in 1901 en de publicatie van zijn brieven in 1914 bevestigden zijn status als een van de bekendste namen in de kunstwereld.